Geschiedenis van‘’PIKGAT’’

 

Een oude familieboerderij

Het Pikgat is 90 jaar in de familie. Daarvoor woonde de familie Bil tot 1920 op het naastgelegen ”Den Outen Poppe” dat inmiddels is verdwenen in de zeedijk. De naam “Den Outen Poppe” is mogelijk afgeleid van een soldatenwachthuisje uit de tijd van Napoleon. De huidige eigenaar, Corrie Klap- Bil, is een half jaar voor de watersnoodramp van 1953 op Pikgat geboren. In de rampnacht is de familie via de dijk naar het café ”De Heerenkeet” gevlucht. De combinatie van onze namen, namelijk Corrie Bil getrouwd met Daan Klap wonend op Pikgat is redelijk lachwekkend. Het heet kort gezegd Klap-Bil van Pikgat.

Gelukkig lijden wij er niet onder, maar voor onze accommodatie hebben we toch een iets andere naam gekozen namelijk ”Gasthuis Fam. Klap” .

op een kreekrug

Voordat er dijken bestonden stroomden kreken in vroeger tijden vanaf de Oosterschelde van zuid naar noord, richting de verdwenen Gouwe. Kreekruggen en kreekbeddingen zijn ontstaan na locale bedijking.

Dit vond al plaats voor de aanleg van de ringdijk om Schouwen. Kenmerkend is dat achter zo'n oude afdamming vaak een kreekbedding in het land achterbleef, terwijl de kreek door de voortgaande verzanding zeewaarts in een kreekrug veranderde. Dergelijke lokale dammen zouden na de stormvloed van 1014 zijn gemaakt.

De grote ringdijk om Schouwen zou volgens Kuipers archief in het midden van de twaalfde eeuw tot stand zijn gekomen. De oudste zeedijk aan de zuidkant van Schouwen is verloren gegaan. De Meeldijk, die aansloot op de hogere gronden bij Burgh, beschermde de polder Schouwen in het westen. Kuipers noemt de stormvloed van 1134 als mogelijke aanleiding voor het maken van de grote ringdijk om de polder Schouwen in het midden van de twaalfde eeuw.

In het gebied ten oosten van de Schelveringe lagen in de polder Schouwen, de zes delen Haamstede, Zuidland, Brijdorpe, Kerkwerve en Quaelambacht, het latere Poortambacht van Zierikzee.

 

Boerderij ”Pikgat” is van oudsher gebouwd op de kale zeeklei van zo’n eeuwenoude beekbedding. Het naastgelegen “Derriegat” (in de twintigste eeuw verdwenen) bevond zich op de kruising van de huidige Nieuwe Koolweg en de Brasweg. Het lag net buiten de beekbedding in het door darinkdelven (zoutwinnen) uitgegraven natte veenland.

Nu nog kun je zien dat Pikgat hoog ligt ten opzichte van de weg. De vaste zeeklei is zo stabiel dat bij het graven van een diep gat van twee meter 24 uur lang geen druppel grondwater kwam te staan, de graafmachine gleed op de zeeklei gewoon opzij. Eenmaal uitgedroogd is de zeeklei zo vast als een baksteen met hele fossiele schelpen er in.

 

Een gehucht op een druk kruispunt

De straatnaam ”Koolweg” waaraan Pikgat is gelegen is een heel oude verbasterde naam die afgeleid is van “Quaelambacht” ofwel “Poortambacht”, volgens het boekje ”verdwenen kastelen van Schouwen-Duiveland”.

Pikgat gelegen aan de Koolweg op een heel oude kleihoogte was het kruispunt van de dorpen Rengerskerke naar Kerkwerve en van Zierikzee naar Serooskerke. We praten dan over de tijd van 1303 tot de ondergang van Rengerskerke in 1662. De weg van Haamstede naar Zierikzee liep vroeger tussen de grote schuur en de inmiddels gerenoveerde voormalige kapschuur.

Willem Bil (vader van Corrie) vertelde wel eens dat Pikgat in vroeger tijden zoiets als een herberg is geweest. Gezien de ligging is dat goed mogelijk. Uit het stadsarchief blijkt dat de naam Pikgat al 300 jaar bekend is met op 100 meter oostwaarts een woning welke stond op het Derriegat. Tijdens graafwerk is ontdekt dat Pikgat uit meerdere huisjes bestond, de restanten van funderingen zitten nog onder het erf.Als je er oog voor hebt dan gaat heel de omgeving weer leven met zijn economische drukte van vroeger tijden; een behoorlijk tegenstelling met de weidsheid van het huidige natuurgebied plan Tureluur, waar de boerderij nu in ligt.

 

Ten tijde van de zoutwinning (daerinckdelven) is het aannemelijk dat bij Pikgat een zoutkeet was, zoals afgebeeld op het geschilderde paneel uit 1540 in het museum van Zierikzee.

De naam Pikgat bestaat al eeuwenlang en daarom is deze naam gewoon weer origineel met de oude pannen van de voormalige kapschuur teruggelegd. De Oud-Hollandse pannen zijn afkomstig uit huizen die zo’n 150 jaar geleden in de stad Zierikzee zijn gesloopt. Eerst lagen deze pannen op de grote schuur van Pikgat welke is afgebrand in 1933. Daarna zijn de pannen verhuisd naar de kapschuur welke gebouwd is in 1936 uit restanten van de brand van 1933.

De fundering van het woonhuis is gemetseld met oude kloostermoppen en ijzelsteentjes. Misschien herinnert dat aan de tijd van de sloop van de kloosters in Zierikzee.

Hoe de familie Bil op Pikgat is gekomen

Corrie Klap-Bil is dochter van Willem Bil en kleindochter van Johannis Bil. Johannis Bil kocht Pikgat in mei 1920 van de familie Ringelberg. Daarvoor woonde de familie Bil op het westwaarts gelegen “Den Outen Poppe”. Johannis Bil was een zoon van Andries Bil (* 11-5-1823 te Burgh - † 1-4-1885 (vermoedelijk cholera) te Kerkwerve). Andries Bil is op 12-8-1853 gehuwd met Neeltje van Westenbrugge (geboren te Duivendijke op 18-10-1831 en overleden te Kerkwerve 19-4-1924). Bij zijn huwelijk was Andries veldarbeider en Neeltje dienstmeid, samen dienden zij bij Jan Krijger die uit Burgh kwam.

 

Jan Krijger kocht het Pikgat in 1850 van Abraham de Vlieger die naar Zierikzee vertrok. Andries en Neeltje kregen hun eerste kind in 1853, mogelijk geboren op het Pikgat of in een van de arbeidershuisjes daarbij, en op 8-6-1854 verhuist het echtpaar met kind naar de Koolweg, tegenover ”De Traanketel” (waarschijnlijk was honderd meter verderop traanindustrie geweest). Andries en Neeltje krijgen tussen 1853-1871 vijf zonen en drie dochters.

Jan Krijger verhuisde met zijn hele huishouden op 19-4-1855 naar Cadzand, maar komt op 7-2-1857 weer terug naar Kerkwerve (Koolweg ). Dat betekent dat Andries en Neeltje met kind(eren) na drie jaar weer terug zijn aan de Koolweg. Mogelijk dat opa Johannis zijn Zeeuws-Vlaamse dialect of woordjes uit die periode heeft overgenomen.

In diezelfde periode is er een economische migrantenstroom uit West Zeeuws-Vlaanderen, vanwege de moeilijke economische situatie van protestanten in een overwegend Rooms Katholiek gebied. Enkele families zijn in die tijd naar Brazilië geëmigreerd en andere families (waaronder Andries Bil) zijn als steenzetter met de dijkwerken weer op Schouwen-Duiveland terechtgekomen. Door deze dijkwerkers zijn de witte Vilvoortse keien van het onderste dijktalud naar het hogere gedeelte verplaatst en is de blauwe basalt in de getijde zone geplaatst.

Krantenartikel uit de krant van 18-6-1824:

“Jan de Visser, kastelein op ‘t Pikgat, adverteert, dat er met permissie, op zaterdag 26 juni aldaar kermis zal worden gehouden, en bij die gelegenheid een kat uit de ton gekneppeld* zal worden.”   

(*te paard met een knuppel tegen de ton slaan).     

 

Google: een uitleg vaneen ander Pikgat in een veengebied van Oost-Nederland :

 Laagveen ligt in het algemeen lager dan het grondwater en als laagveen uitgegraven wordt, blijft het grondwater achter in het gat dat ontstaat. In de Achterhoek is er ook een ‘Pikgat’, en daar was veel laagveen en als laagveen gedroogd is, dan is het turf. Die turf gebruikten de arme mensen vroeger voor de kachel en de oven. Zo hadden ze het in de winter warm en bovendien konden ze eten koken. Maar arme mensen konden zelfs geen turf kopen en dus werd het gepikt. Als er eenmaal een begin is gemaakt met pikken, dan volgt er snel meer en zo ontstond dus het pikgat.

  

De bezetting van de
groepsaccommodatie